“Ik ben een man van staal”

“Ik ben een man van staal”

“Ik ben een man van staal”, zegt Herman Braun. De framebouwer uit Spijkenisse bouwt al meer dan dertig jaar stalen fietsen. Braun ging in 1972 op zestienjarige leeftijd als mecanicien met de ploeg van Kees Pellenaars naar de Vuelta a España en leerde het vak in de praktijk: “Ik heb vijf zwemdiploma’s, LTS en een rijbewijs, verder niets.” Na de ploeg van Pellenaars was Braun mecanicien van de militaire wielerploeg en de Gazelle wielerploeg. In 1984 begon hij voor zichzelf. Drijfveer was zijn drang naar perfectie. “Ik ben zelf frames gaan bouwen omdat ik dacht dat het beter kon.


Ze moesten er in het begin wel om lachen bij Gazelle, maar ik ben er nog en zij niet meer.”


Blijven vernieuwen


Hoewel hij niets hij moet hebben van aluminium of carbon – “Carbon is om te vissen” – is Braun altijd op zoek naar vernieuwing en verbetering. “Ik ben begonnen op een zolderkamertje, met een bankschroef, een zaag, een vijl en een brander. Tegenwoordig hebben we topmachines. De technieken zijn enorm verbeterd. Ik heb wat staan buigen en vijlen op lugs. Tegenwoordig kun je TIG-lassen en heb je geen lugs meer nodig. Daardoor ben je veel flexibeler met de hoeken in de frames.” Als het op materiaal aankomt, is Braun kieskeurig en ook daarin is hij altijd op zoek naar verbetering: “We deden vroeger zaken met Reynolds, daarna met Columbus, maar tegenwoordig werk ik alleen nog met Dedacciai.”


Met de introductie van aluminium en carbon in de jaren negentig zag Braun zijn handel sterk achteruit gaan. “We gingen van alle dagen frames bouwen naar misschien maar één frame per week op het hoogtepunt van de hype. Maar wij zijn altijd blijven geloven in staal.”, aldus Braun. Met wij doelt Braun op zichzelf en op zijn zoon Dave, met wie hij de zaak sinds enkele jaren samen draait. Dave werkt naast staal ook met titanium. “We zijn samen met Dedacciai bezig ons daarin te ontwikkelen”, aldus Braun Jr.


Het hoogtepunt van de carbon en aluminium-hype ligt volgens Herman Braun alweer achter ons. “Staal blijft altijd. Je ziet dat er toch nog steeds markt voor is en het trekt ook weer aan. Mensen geloven het pas als ze zelf op een van onze fietsen hebben gereden. Wij bouwen alles op maat. Geen mal zoals bij carbon, waardoor ieder frame hetzelfde is. Je ziet dat mensen beroerd op hun fiets zitten, ook profs. Kijk eens hoe Bauke Mollema op de fiets zit…” Braun laat een foto zien van Marianne Vos: “Dat past gewoon niet, het is echt een wonder dat ze zo hard gaat.”


Ferrari of Trabant


In het verleden bouwde Braun frames voor profrenners als Jeroen Blijlevens en Maarten den Bakker, maar tegenwoordig rijden alle profploegen op carbonframes. “Veel van die jongens zouden ook liever op een stalen frame rijden. Juan Antonio Flecha heeft eens een ritje gemaakt op een fiets van mij toen de Giro langskwam bij ons in Spijkenisse. Hij was meteen verkocht.


Maar die jongens mogen er niet op rijden in de koers. Het is alsof je zelf een Ferrari voor de deur hebt staan en je moet van de baas 100.000 kilometer per jaar in een Trabant rijden.” Keert staal ooit terug in het profpeloton?


“Dat weet ik niet. De kosten van die carbonframes zijn laag en de ploegen hebben hun sponsors. Maar wij blijven de passie houden voor staal.”


Braun bouwt fietsen tussen de 1.500 en de 15.000 euro. “Als er een klant komt, vraag ik eerst naar het budget. Dan weten we wat de mogelijkheden zijn en ik wil iemand zo goed mogelijk op de fiets krijgen. Daarna meet ik iemand op en ik gebruik een formule waarmee ik dan de precieze maten van de buizen weet. Er zijn tegenwoordig allemaal sportfysiologen en mensen die ervoor geleerd hebben, maar van de praktijk weten ze niets. Als iemand bij mij een fiets bestelt, zit hij altijd goed.”


Waaraan herkennen we het frame dat Herman en Dave Braun voor de Frame Challenge hebben gemaakt? “Dit was een lastige klus, want we moesten werken met Reynolds-buizen en die passen niet op onze machines. Dus om het te bouwen, moesten we weer terug naar de basistechnieken. Waaraan je een Braun herkent? Dat heeft te maken met de afwerking, de zuiverheid. In een peloton moeten renners op onze fietsen vaak extra remmen, omdat de anderen niet zo snel door de bochten gaan. Het bolt gewoon.”


Door: Leo Aquina