Een prachtig staaltje vakmanschap

Een prachtig staaltje vakmanschap

Herman Braun maakt al 30 jaar stalen fietsframes. Een ziekte waar hij niet meer vanaf komt. Ondanks dat hij veel moppert en carbon liever gebruikt om te vissen, laat deze ambachtsman zich leiden door zijn passie en hartstocht voor het vak. Eentje die zowel liefde als irritatie doet oplaaien.


Je bouwt al 30 jaar frames. Hoe dat zo?
“Toen ik zelf ooit begon met fietsen, mankeerde er al snel wat aan de fiets. De fietsenmaker kon het niet maken, dus probeerde ik het zelf. Ik leerde snel sleutelen en kon na een tijdje in 6,4 seconden een wiel steken. Wat mijn ogen zagen, deden mijn handen. Ik was dan ook pas 16 toen ik tijdens de Vuelta a España mecanicien werd bij de profploeg van Kees Pellenaars.”

Wat heb je in die tijd geleerd?
“Ik zie direct of een fiets bij je past of niet. Dat heb ik geleerd door achter het peloton aan te rijden. Soms zetten we ’s nachts stiekem het zadel hoger en reed de renner de volgende dag ineens stukken beter. Het gaat om de combinatie van je lengte, je bovenlichaam, armlengte enzovoorts. Marianne Vos zit bijvoorbeeld als een zoutzak op haar fiets. Ze wint nog steeds, maar ze heeft het nu al in de rug.”

Houding is dus niet zo belangrijk?
“Tegenwoordig interesseert het een wielerploeg niet meer of hun renners goed op de fiets zitten. Bovendien durft en heeft een renner niks te zeggen. Voor de Tour de France zat Flecha in een hotel in Spijkenisse. Voorafgaand aan de verkenningstocht waar Maarten den Bakker als enige op een groene Braun zat tussen alle zwarte Pinarello’s, bleek Flecha onze fiets ook even geprobeerd te hebben. Hij was er helemaal weg van, maar bestelde ‘m niet. Henk Lubberink en Knetemann hadden in het verleden al tegen Peter Post gezegd: ‘ik moet zo’n fiets hebben en betaal hem zelf wel. Zorg jij maar dat de naam van m’n sponsor erop komt’.”

Hoe meer kilootjes de berg op, hoe zwaarder het is?
“Alleen hersenlozen zeggen ‘hoe lichter, hoe beter’. Kijk eens naar Rasmussen. Die vijlde zelfs stukjes van zijn schoenplaatjes af. Maar het enige wat hij gedaan heeft is zijn ballen volgereden met doping. Anders kon hij het niet. Als je goed rijdt heb je dat niet. Ik maak met gemak een fiets waarmee je de Tour wint. Merckx heeft niet voor niets de Tour op een stalen frame gewonnen. Net als Hinault.”
Jouw fiets weegt 7,4 kilo. Carbon 6,7. Dat scheelt toch aanzienlijk?

“Licht helpt alleen met de berg op rijden. Bovendien zit er in mijn fiets 20 keer meer stijfheid. Dat helpt je om vooruit te komen. Minder weerstand. Carbon is maar op één manier sterk: als je er vanuit een ander punt druk op zet breekt het. Je dénkt dat die fiets recht vooruit rijdt, maar hij zwenkt alle kanten op. Je hebt zowel links als rechts belasting.”

Sta je niet stil als je alleen in je eigen werkwijze gelooft?
“Ik vind dat ze in een te kort tijdbestek te veel ‘nieuwe’ dingen ontwikkelen. Nu is een rem onder de bracket weer ‘nieuw’, maar dat had ik 30 jaar geleden al. Ik kan er ook wel weer om lachen: ze hebben er waarschijnlijk lang over nagedacht. Kijk maar naar een geïntegreerd balhoofd. Die ringen die erop gelast zijn, met wat lagers erin: die had Bianchi 30 jaar geleden al. Ik heb hier zelfs een hydraulische rem liggen van Shimano: 30-40 jaar oud. Wat is er dus nieuw aan al die uitvindingen? Je kunt beter naar oude fietsen kijken. Scheelt ook weer een hoop tijd.”
Over oude fietsen gesproken: Welke fiets betekent het meest voor je?

“In 30 jaar tijd heb ik eigenlijk maar 2 fietsen gemaakt die ik nooit weg zou doen. Mijn allereerste zelfgebouwde fiets is daar één van en staat nog steeds vooraan in de winkel. Ik zou hem voor geen goud wegdoen. Dat geldt ook voor de fiets die ik voor mijn zoon gemaakt heb toen hij nog niet eens geboren was. Deze 2 fietsen blijven voor altijd hier.”

Je moppert veel, maar er zijn toch ook mooie momenten?
“Natuurlijk! Als ik weer een klant van oor tot oor zie glimlachen. Als ik iets maak en het goed voelt. De fiets goed loopt. De wetenschap dat tijd geen rol speelt. Of we nu een frame bouwen in een dag of een week: zolang jij maar een goed product hebt. En wij een frame opleveren waar we achter staan.”
Zou je er ooit mee stoppen?

“Het is een lastig, maar mooi vak. De een wil een crossfiets, een mountainbike, de ander een twentyniner. Er zijn zoveel verschillende soorten fietsen en materialen. Je bent steeds aan het onderzoeken, prakkiseren. Ik heb het vanaf nul geleerd met een bankschroef, een vijl, rij, zaag en brander. Het is een verslaving. Een ziekte: je komt er niet meer vanaf. Ik ben nu 58 jaar, doe dit al 30 jaar en ben het nog steeds niet beu. Ik blijf dit doen tot ik erbij neerval.”